Herman Harens ('43)

Wielerjaarboek 1985 - 2010

(1)

 

 

Wereldranglijst werd vanuit Rotterdam gecorrigeerd

Spijkenisse: Een bezoekje aan het adres van Herman Harens (1), daar moet je tijd voor uittrekken. De echte wielerliefhebber kan bij het beluisteren van zijn verhalen “van toen” en het zien van de talrijke waardevolle foto’s uit de oude doos zijn hart ophalen. Ondergetekende zat in zijn fraai ingerichte wielerdomein in Spijkenisse met open mond en gespitste oren te luisteren. Uren vlogen voorbij. Ria gaf onder aan de trap al geeuwend te kennen nu toch echt naar haar mandje te willen. Doch bij het zien van alweer een foto moest de echtgenote van Herman toch weer even het geduld bewaren.

 

Wielerjournalist Herman Harens en zijn onafscheidelijke camera

Interview van Dan Rolandus (2004)

(2)

(3)

(4)

Wielerjaarboek

Herman Harens (61) heeft vorig jaar zijn journalistieke verrichtingen bij het wielerblad Wieler Revue beëindigd, maar hij is geenszins van het wielertapijt verdwenen. Hij heeft zojuist de laatste hand gelegd aan zijn grote liefde, het Wieler Jaarboek 2003-2004 (2). De negentiende editie ligt momenteel vers van de pers in de schappen van de erkende boekhandel. Het internationale en nationale wielerjaar 2003 in woord, beeld en veel cijfers, geïllustreerd met prachtige foto’s en aangevuld met de wielerkalender 2004. Alle categorieen van de wielersport komen uitgebreid aan bod: weg, baan en cyclo-cross. Om zo’n Jaarboek te maken heeft Harens talrijke relaties cq informanten uit alle hoeken van de wereld die hem voorzien van copy om van zijn boek een compleet naslagwerk te maken. Een van die wielerrelaties is Rotterdammer Frans Stoele (3). Frans, werkzaam bij NeCeDo (Nederlands Centrum Dopingvraagstukken), is gek op de UCI-Wereldranglijst en hij publiceert in het Wielerjaarboek elk jaar de eeuwigdurende ranglijst tot op de tiende punt nauwkeurig.  ‘In het Jaarboek  volgen we de UCI-kalender in de breedste zin van het woord,’ zegt Herman Harens. ‘Ik streef ernaar om volledige informatie te geven. Renners met naam, voornaam, ploeg en land, want het staat natuurlijk slordig als je de Spaanse of Portugese Hernandessen en Fernandessen door elkaar haalt. Frans Stoele en zijn wielervriend Clem van Leeuwen controleerden de FICP/UCI-wereldranglijst vanaf het begin van het onstaan van de lijst in 1987. Zij corrigeerden fouten en stuurden die naar de FICP in Luxemburg en later naar de UCI (Internationale wielerbond) in Lausanne. En de mensen bij de FICP/UCI die verantwoordelijk waren voor de lijst corrigeerden dan de Wereldranglijst aan de hand van de correcties die Frans Stoele en zijn makker opstuurden. Toen Herman Harens voor een interview met de hoogste baas van de UCI Hein Verbruggen (4) naar Lausanne afreisde nam hij Frans Stoele mee om hem aan de UCI-baas voor te stellen. Harens: ‘Ik gaf Hein Verbruggen na het interview  uitleg over de manier waarop Frans alle koersen ter wereld zat uit te vogelen en hoe hij tot de betrouwbare correcties kwam. Hein Verbruggen stelde toen voor om daar vooral mee door te gaan omdat was gebleken dat de correcties van Frans echt goed waren. Je kunt dus stellen dat de UCI-wereldranglijst op een Rotterdams zolderkamertje werd gecontroleerd en gecorrigeerd!.’

   
(5)

(6)

 

Tijdens de wintermaanden zat Herman Harens naast zijn werkzaamheden voor Wieler Revue tot in de kleine uurtjes te werken om zijn wieleralmanak (5) op tijd klaar te krijgen. Om zijn wielerbagage te stofferen was hij geabonneerd op alle grote nationale dagbladen en bewaarde boekhandel Voskamp van de Metrokiosk elke dag de exemplaren van de buitenlandse kranten zoals La Gazetta della Sport, de Gazet van Antwerpen, Het Nieuwsblad, Het Laatste Nieuws en L‘Equipe. Verder was hij geabonneerd op een tiental wielertijdschiften uit het buitenland. De wielerpagina’s scheurde hij uit de kranten. Sinds de invoering van het internet zo rond 1995 werd het steeds gemakkelijker om aan gegevens te komen. Vooral met Bill Mitchell (Herman laat een foto zien), de oprichter van www.cyclingnews.com , momenteel de best bezochte wielersite ter wereld, wisselde hij veel gegevens uit. Mitchell kwam zelfs helemaal uit Australie naar Spijkenisse om persoonlijk kennis te maken met Frans Stoele en Herman Harens (6)

   
(7)

De geboren Zuidwoldiger (7) verzamelde verder alles wat met de wielersport van doen had. Historische  wielerverhalen uit alle internationale kranten, accreditaties en relikwieën van talrijke grote en kleine wielerkoersen, van Tour de Frances tot aan respectvolle doch bescheiden nationale jeugdwedstrijden toe. Waardevolle foto’s van naamloze renners en wielergrootheden uit de oude doos, want Herman droeg altijd een fotocamera bij zich. Een klein toestelletje in zijn binnenzak (7)

   
(8)

De wielerfreak vroeg zich nog niet zo lang geleden af wat hij met al die zooi op de zolder aan moest. Je bewaart het, maar kijkt er nooit meer naar om. De verzamelzieke Herman heeft uniek materiaal op floppies en diskettes gezet. ‘Een paar jaar geleden ben ik de knoop doorgehakt, want de vloer van de zolderverdiening begaf het bijna. Ik moest een heleboel wielerspul opruimen’ (8),  zegt de Drent zonder een traan van emotie weg te plengen. Afscheid nemen van een mooie verzameling wielermateriaal met hoogte- en dieptepunten en wellicht ook emotionele waarde,  doe je immers niet zomaar weg, maar toch.. . ‘Drie, vier auto ’s vol met kranten en bladen. Wim Amels (een gelouterde wielerjournalist uit Brabant, DR) was één van de gelukkigen, die zijn auto mocht afladen.’

   

(9)

(10)

(11)

(12)

 

 

Een kleine Erik Dekker

De 61-jarige Spijkenisser heeft echter niet alles van de hand gedaan. Talrijke wielerboeken van collega’s en met eigen pen beschreven, keurig ingebonden Wieler Revue’s en natuurlijk de unieke serie zelfgemaakte foto ’s, die nooit zijn gepubliceerd, heeft hij zorgvuldig opgeslagen. ‘Ik heb twintig (!) kisten vol met foto ’s,’ vervolgt de wielerfilosoof. ‘Daarmee wil ik in de toekomst wel iets gaan doen.’ Herman Harens is met een kist “nostalgie” op zijn schoot inmiddels aardig op verhaal gekomen. Met zijn gespierde geheugen weet hij tot in de details waar hij de betreffende plaat heeft geschoten. Achter elk plaatje schuilt immers een verhaal. ‘Kijk hier heb je Erik Dekker in een jeugdkoersje.’ Nu fietsen zijn zoontjes ook al (9) Al grabbelend komt Herman allerlei foto‘s tegen van wielergrootheden als Henk Lubberding, Hennie Kuiper, Gerrie Knetemann, Joop Zoetemelk, Jan Janssen en de Luxemburgse berggeit en Tourwinnaar 1958 Charly Gaul (10). Hij spreekt met veel respect over hen. Naast de commissaris van de Koningin in Drente, Relus ter Beek (11), ontdekten we ook een foto van de Rotterdamse renner John den Braber met een wasknijper op zijn mond. ‘Symbolischer kan niet,’ klaart Hermans gezicht op bij het zien van de prent. ‘Je hebt coureurs als domme krachten, die alleen hard kunnen rijden, maar geen koersinzicht hebben en dus weinig winnen, je hebt renners met talent, die kwa persoonlijkheid vaak ontoegankelijk zijn en daarbij lastige jongens blijven en als derde de sponsorrenner, sportief en toegankelijk. John den Braber voelde dat heel goed aan en zag er met zijn gladgeschoren benen en strakke rennersoutfit altijd tip-top uit, om door een ringetje te halen. Het prototype van een renner die elke ploegleider en/of sponsor in zijn team wil hebben. En John kon de wielersport door zijn babbel ook nog goed verkopen. Maar John had een nadeel, hij droeg  het hart op de tong, nam geen blad voor de mond. Dat werd door de heren ploegleiders niet altijd in dank afgenomen. Ik denk de reden dat hij niet uit zijn carrière heeft gehaald wat er eigenlijk in had gezeten. Hij kon zijn mond niet houden. Vandaar die wasknijper op zijn mond. John was een geweldige coureur, als hij het op zijn heupen had kon niemand hem houden. Hij klopte Jeroen Blijlevens in de sprint met twee vingers in de neus. Jeroentje was echter een slimme Brabander, die zijn mond hield, en uitgroeide tot een erkende wereldsprinter in grote topteams. En John den Braber kwam als prof niet verder dan de kermiskoersen in België. Dat was het verschil. John kon ook naar TVM, maar hij wilde een echt contract en geen avontuurtje via Polis Direct van een half jaar. Daar had hij gewoon geen zin in. Ondanks zijn tekortkomingen werd hij wel kampioen van Nederland, won hij veel etappes en klassiekers. Maar goed, John vond dat je een opdracht van een ploegleider, ook al was het in het ploegbelang,  mocht be-argumenteren en dat botste vaak met de ploegleiding. Nu is John den Braber zelf ploegleider bij AXA en is daar volgens mij geknipt voor (12).’

 
   

 

(13)

(14)

(15)

 

(16)

(17)

(17)

(18)

 

Van koksmaat tot wielerjournalist

Na zes jaar als steward bij de KNSM op zee te hebben gedobberd, drie jaar zijn militaire verplichtingen had vervuld in Duitsland (13) en samen met Ria het eetcafé Het Wagenwiel tegenover het station in Schiedam had gerund (‘dat was buffelen van ’s-ochtends vijf tot één, twee en soms drie uur ’s-nachts’), verhuisde Herman Harens in 1982 naar Spijkenisse. Na een jaar van bezinning belandde hij in de journalistiek. De wielerman heeft sinds de jaren vijftig, de tijd van de  kauwgomplaatjes van renners als Wim van Est, Jan Nolten en Woutje Wagtmans, een wielerarchief opgebouwd met veel naslagwerk. Herman’s anekdote: ‘Wielrennen is een pure hobby. Ik heb er nooit mijn beroep van gemaakt, maar heb er de laatste jaren uiteindelijk wel mijn brood mee verdiend.’ Harens kon de wielrennerij aardig onder woorden brengen en op schrift stellen. ‘De wielerwereld is een apart wereldje. Natuurlijk zijn er wel eens woorden, maar wat mij opviel was de plezierige en relaxte sfeer.’ Herman Harens reisde over de hele aardbol de renners achterna en deed tijdens de koersen veel kennissen op (14). ‘Ik kende Bert Hulleman, de oprichter van Wieler Revue, uit de Tour de France. Hij was in de beginjaren ’80 de “motard”  van wielerfotograaf Cor Vos. Wieler Revue – opgericht in 1977 - was op sterven na dood, dreigde door schulden verloren te gaan. Drukkerij Veldhuis in Raalte waar Wieler Revue werd gedrukt, heeft toen het tijdschrift in 1982 overgenomen van Bert. Van het één kwam het ander. De huidige hoofdredakteur Evert de Rooij schreef toen al stukjes voor het blad en hij werd meteen door Veldhuis gebombardeerd  tot hoofdredakteur omdat hij een blauwe maandag Nederlands had gestudeerd. Wencel Maresch kwam in dienst en ik als freelancer. Veldhuis was een drukker, geen uitgever. Van promotie had men nog nooit gehoord. Ik heb er toen veel tijd in gestoken. Promotie-teams met mooie meiden waren toen al in. Hans van der Togt liep met zijn AVRO-meiden op het circuit van Zandvoort, Caroline Tensen was een van de Veronica-girls die met veel bombarie zieltjes probeerden te winnen en op de wielerkoers zag je de mooie Caballero-babes sigaretten uitdelen. Dat promotie-idee hebben we overgenomen. Zeilsporthuis Helly Hansen en Fiat traden op als kleding- en auto-sponsor. Wij staken de jonge (wieler)meiden in mooie opzichtige kleding en met de mooie Fiat maakten we overal de blitz.  Zo werd in 1984 het Wieler Revue-promotieteam geboren (15). Later is er daar nog de jurybus van Mels de Kievit bijgekomen. Mels had al een bus maar had vaak problemen met de organisatoren omdat hij reklame voerde voor het Het Witte Kruis. De KNWU had toentertijd  verzekeringsconcurrent AMEV als hoofdsponsor en dat botste natuurlijk. Ik stelde voor om het “neutrale” Wieler Revue tegen een x-bedrag op de bus te zetten. Dat bleek meteen een schot in de roos, want vanaf dat moment stonden wij met ons logo Wieler Revue natuurlijk wel op de meet (16). In de Ronde van Nederland reden we met de bus en een promotie-auto mee in de reclamekaravaan. Joop Kruyssen van de Telegraaf  was wielerspeaker. Ik vertelde hem dat mij was opgevallen dat de karavaan in Nederland ‘alleen voor de koeien reed’! Mensen zag je onderweg niet of nauwelijks. Hij wist er ook geen raad mee. Omdat er in de provincie vaak geen publiciteit  was gegeven over de doorkomsttijden in de dorpen werden de bewoners pas wakker geschud als de karavaan al bijna voorbij was. Ik ben toen in mijn eentje met een WR-auto een uur voor de karavaan gaan uitrijden om met keiharde muziek (Elvis!) de mensen in de dorpen en gehuchten de straat op te lokken (17). ‘Over enkele momenten arriveert de Ronde van Nederland’, schalde het door mijn speakers. En als de Reklame-karavaan en de renners dan kwamen stond het ‘zwart’van het volk. Goede promotie voor Wieler Revue en goede promotie voor de Ronde van Nederland. Kortom, je moet een koers opfleuren om het aantrekkelijk te maken.  Ja, ook bij de profcriteriums. We reisden met het promotieteam het hele land door. Van Surhuisterveen, Gieten, Made, Maarheeze, Valkenswaard, Chaam, Oostvoorne, Pijnacker,  Simpelveld, ja zelfs tot in België (18). Er waren dagen bij van twintig uur, maar het marcheerde prima.’ ‘We werden op weg naar een koers een keer aangehouden door de politie,’ verhaalt Herman verder. ‘Behalve vijf meiden zat de auto vol met promotiemateriaal. De politie gaf ons te kennen zo niet verder te kunnen. Tenzij wij er een flink pak wielertijdschriften er uit zouden gooien. Dat zijn leuke herinneringen. Als er geen leven in de brouwerij is gebeurt er ook niets. We werden overal met open armen ontvangen. Het mes sneed aan twee kanten. De organisatie had zijn koers en wij fleurden deze op met de rand-activiteiten van Wieler Revue. Ronde-miss, boekjes uitdelen aan het publiek etcetera.’

   

(19)

(20)

(21)

(22)

Wieler Revue Regionaal en Nationaal

In 1987 werd Wieler Revue Regionaal in het leven geroepen. De KNWU verspreidde de laatste regionale nieuwtjes en uitslagen van zowel de amateurs als de jeugd via het blad Wielersport. Doch het blad van uitgever Wim Steenbergen (nu mede-organisator van Olympia ’s Tour) ging ter ziele in 1985. De KNWU had geen uitlaatklep meer en de licentie-houders moesten het nu doen met het KNWU-bulletin, een veredeld stencil. Er lag een stuk regionale wielerinformatie braak dat niet verloren mocht gaan. We zijn toen bij Wieler Revue een Regionale bijlage gestart dat later is overgegaan in Wieler Revue Nationaal, het huidige KNWU-blad.’

Herman Harens kende veel mensen van de KNWU, zoals voorzitter en thans Tweede-kamer-lid Joop Atsma en stak zijn voelhorens uit voor een samenwerking met de wielerbond (19(. ‘Ik heb een actieve rol gespeeld om een deal te bewerkstelligen tussen Wieler Revue en de KNWU. Het mes sneed ook nu weer aan twee kanten. De KNWU was uit de brand en Wieler Revue werd met de bijlage Wielerrevue Nationaal weer een stuk completer en daardoor populairder (19). Mensen als Ben Zomerdijk, Jan Maresch, Rien de Jonge, Wim Amels, Henk Kruithof en Hans van Houdt, die voor Wielersport schreven, liepen met hun ziel onder de arm. Zij stroopten de koersen toch al af en zijn toen ook de gegevens gaan verzamelen voor Wieler Revue Nationaal. Zij schreven kleine stukjes districtsnieuws en het laatste nieuws van de clubs. Dat liep als een trein. Bovendien kende ik alle koersen in Nederland. Jarenlang hebben we de Nederlandse Jeugdkampioenschappen gevolgd. Buiten de regionale pers zag je nooit een journalist van de grote dagbladen op deze Nederlandse kampioenschappen. Het is maar jeugd, vond men. Wij hebben de jeugdwielersport echt gepromoot (20). De KNWU vond het niet alleen leuk, maar zag er ook het belang van in en apprecieerde onze bijlage geweldig.  Vanaf 1991 werden  de Officiële Mededelingen van de KNWU in Wieler Revue Nationaal gepubliceerd. Ik heb tot 2001 als eindredakteur het blad gemaakt met een twintigtal medewerkers. In 2001 nam mijn jongere collega Roy Schriemer  mijn rol over van eindredacteur en heb ik mij gestort op de nieuwe media: internet. ‘Ik op het internet,’ lacht Herman Harens. ‘Normaal gesproken is dat het werk voor de jonge generatie maar niet voor een ouwe lul als ik (21). Maar goed, vanaf 1997 had ik me bekwaamd op de digitale snelweg. En niet alleen surfen maar ook het ontwerpen van websites.  Marcel Arntz, ex-wielerprof en een hele goede mountainbiker, had in Amerika gewoond en alles over internet geleerd (22). Hij heeft toen voor Wieler Revue een basisontwerp gemaakt en ik ben daarop verder gegaan.  Ik deed alles zelf, foto ‘s, verslagen en de technische kant van de site. Alles was top. Maar door de verkoop van Wieler Revue aan Pijper Media in Groningen kwam er een kink in de kabel. De nieuwe eigenaren van Wieler Revue vinden een goede website geen prioriteit!’

 

   

(23)

(24)

(25)

(26)

Dodelijke val van Fabio Casartelli

Herman Harens zag heel veel lief – er onstaan binnen de wielesrport toch veel liefdeskoppeltjes! - en leed in de wielersport. Het meest heeft de fatale val van Fabio Casartelli in de afdaling van de Col de Portet d ‘Aspet hem aangegrepen. Dinsdag 18 juli in de Tour de France 1995 staat in zijn geheugen gegrift. ‘Ik heb veel valpartijen gezien, maar vroeg of laat kwam dat wel weer goed. Ik herinner me de ernstige val van Saskia de Vries van PRC Delta in een kriterium in Varik. Zij moest haar wielercarriere opgeven en ik heb veel met haar gecorrespondeerd. Zij heeft een flinke knauw gekregen, maar uiteindelijk is zij er gelukkig weer bovenop gekomen. Nooit had ik in de koers een dodelijk ongeval meegemaakt, tot het fatale moment van Fabio Casartelli. ’s Morgens was daar nog de vreugde, later de diepe droefenis. Fabio reed bij Motorola, de ploeg van Hennie Kuiper (23). Voor de start van de etappe (15e rit van St. Girons naar Cauterets in de snikhete Pyreneeën, DR) hadden we op het marktplein nog foto ’s gemaakt. Casartelli had op de Olympische Spelen 1992 in Barcelona Erik Dekker geklopt, dus hadden we op onze manier nog wat met hem af te rekenen. Dat werd met een aantal collega-journalisten dus dollen. Foto’s maken van de Motorola-renners die de Colombiaan Alvaro Mejia toen als topper hadden en van een nog vrij onbekende Lance Armstrong. Dekker reed toen voor Novell van Jan Raas.’ Herman Harens zucht. ‘We reden voor de karavaan uit maar toen via de tourradio bekend werd gemaakt dat Casartelli aan zijn verwondingen was bezweken, kreeg ik de koude rillingen over mijn lijf (24). De Tour was opeens geen Tour meer. We reden op de Tourmalet en zouden op de top de renners laten passeren. Normaal gesproken rij je op de Tourmalet tussen een uitzinnige mensenhaag, dat een hels kabaal maakt en met vlaggen zwaait. Altijd een gekkenhuis. De toeschouwers hadden via de transistorradio’s blijkbaar ook gehoord dat Fabio Casartelli was gevallen en was overleden. Het was ineens muisstil langs het parcours. Tienduizenden mensen langs het traject fluisterden met elkaar. Iedereen was geschokt (25). Die stilte op de Tourmalet was onwezenlijk, nauwelijks te bevatten als je in de auto zit. De motards en volgauto’s kwamen voorbij en zij hadden al meteen een zwart lintje of  riempje van een draagtas als eerbetoon aan Fabio Casartelli (26) aan de antenne gehangen. En dan te bedenken dat de latere winnaar Richard Virenque niets van het drama afwist. Een dag later mocht Lance Armstrong als eerbetoon aan hun ploeggenoot de rit naar Pau winnen.’

 

 

   

(27)

(28)

(29)

(30)

Eddy Merckx was een echte topper

De globetrotter Harens – hij bezocht meer dan 60 landen! - met de zilverkleurige paardenstaart heeft de ontwikkelingen van menig talentje van nabij gevolgd (27). Hoewel hij niet pessimistisch wil overkomen, schat hij de toekomst van Nederland niet al te rooskleurig in. ‘Tijdens het WK hebben we het uitstekend gedaan, dat staat buiten kijf. Thomas Dekker, Niels Scheuneman, Kai Reus en Hans Dekkers zijn aardige renners, maar ik zie eerlijk gezegd niemand van deze renners in korte tijd de rol overnemen van wielertoppers als een Steven Rooks, Gert-Jan Theunisse, Erik Breukink en in een iets verder verleden van een Johan van der Velde, Joop Zoetemelk of een Jan Janssen. En als Leontien van Moorsel stopt, doet Nederland ook bij de vrouwen niet echt meer mee. Toch zegt dit ook niet alles want Italië deelde vijf jaar lang de lakens uit op de wereldkampioenschappen, maar bleven in Monteal helemaal buiten de medailles, terwijl Nederland er zeven won. Dus, een verwachtingspatroon blijft onvoorspelbaar.’ Harens heeft veel grootheden als Eddy Merckx (28), Jan Ulrich, Lance Armstrong, Mario Cipollini, Claudio Chiapucci en vele andere superstars over ’s werelds wielerwegen zien vliegen en toppen als ‘L Alpe ‘d Huez, de Mont Ventoux en de Peyresourde zien beklimmen. De wielersport heeft door de jaren heen een flinke metamorfose ondergaan. De reserveband om de nek van de coureur is vervangen door het reservewiel, dat bij bandenpech door de mecanicien in de vork wordt gestoken. De wielersport is veel commerciëler geworden, een waar circus, een over ‘s Heren wegen slingerend  reclamebolwerk. Maar hoe het ook zij, de benen moeten het doen. ‘Ik heb de wielersport in al zij facetten zien veranderen. Eerst moest je als toprenner  een goede mecanicien hebben, toen een goede mecanicien en een goede verzorger en nu anno 2004, een goede mecanicien, een goede verzorger en een heel goede dokter. En vaak ook nog een mental-coach. De eisen aan de topsporter worden steeds groter. De sporter wordt meer en meer een machine die moet presteren. De kalender staat overvol. Er wordt in een seizoen  nogal wat van het lichaam verlangd. Daarom ben ik in feite van mening dat de dopingwetgeving veel ruimer moet. Een kantoorklerk met hoofdpijn neemt ook een asperientje om fitter te worden. Als het op doping aankomt wordt er meestal eerst gewezen naar de wielersport, maar vlak ook atletiek, tennis en het voetballen niet uit. Maar goed, Woutje Wagtmans reed ooit eens een wedstrijd op de sintelbaan van mijn geboortedorp Zuidwolde in de jaren vijftig. Met Gerrit en Adrie Voorting, Hein van Breenen en nog een paar kanjers uit die tijd. Ik was toen een jaar of tien/twaalf en zag Wout vlak voor de wedstrijd een bruintje Grolsch in een teug leegdrinken.  Veertig jaar later kwam ik Wout tegen bij de profronde van  Made. Ik wilde toch wel eens weten waarom hij toen een fles donkerbruin bier voor de koers dronk. Hij fluisterende geheimzinning: ‘’Dan voelde ik mijn benen niet meer, kon ik beter fietsen.’’ (29)  Doping?  Wout won ooit een Touretappe in Brasschaat en hij vertrouwde me toe dat hij tien kilometer voor de finish ook een bruintje had genomen. Doping blijft dus altijd een moeilijk item in de wielersport. In feite loopt de dopingcontroleur altijd vijf stappen achter. De boosdoener is hem minstens twee jaar voor. De controleurs worden pas actief als een bepaalde stof regelmatig in urine- of bloedmonsters van renners wordt aan getroffen. Dan stellen ze zich de vraag: welk effect heeft die stof op de sportprestatie van de renner. Daarna hebben ze nog proefkonijnen nodig en dan duurt het zeker nog een jaar voordat men kan zeggen, die stof is vanaf nu verboden en zetten we op de dopinglijst. ’t Is een beetje dweilen met de kraan open, hoe vaak en hoe streng de UCI en de nationale bonden ook controleren (30). EPO-gebruik  kan pas sinds kort helemaal woorden aangetoond, maar het peloton is Epo allang weer vergeten en gebruikt nu andere ‘medicamenten’!

 

   

(31)

(32)

 

Herman Harens bewondert de supersterren, maar is een groter bewonderaar van de underdog, de waterdrager of de schlemiel in het peloton. Hij is geen fan van Lance Armstrong. ‘Een renner, die zich in een jaar alleen richt op de Tour de France en daar dan zoveel mogelijk rendement uithaalt (lees geld) zodat hij de andere koersen niet meer hoeft te rijden. Zonder problemen kan hij een WK volledig overslaan.  Maar goed, Lance heeft gelijk, want hij heeft vijf keer de Tour gewonnen. Uniek natuurlijk. De wereldtoppers zijn heel dun gezaaid. Daarom kan een Armstrong ook winnen. Eddy Merckx was de keerzijde van Armstrong. Merckx was een kanjer. Hij reed alles, zo ‘n 300 koersen per jaar en wilde deze ook allemaal winnen. Hij ging als een echte leider immer voorop in de strijd. Bewondering heb ik ook voor Jan Ulrich. Hij heeft lang getobd, blessures en andere zaken. En dan zo terugkomen. Klasse. Dat spreekt mij aan. Maar eigenlijk ben ik nog meer voor de schlemielen, de underdog. Ik was een liefhebber van de Belg Freddy Maertens (31). Zo gek als een deur, een kanjer in de sprint, ging in de laatste honderd meter met zijn tong buitenboord als een kamikaze op de meet af. En winnen hè. Hij heeft zijn leven helemaal verknald, moest zelfs afkicken. Terwijl Lance Armstrong op bezoek gaat bij de Amerikaanse president George Bush leidt Freddy Maertens bezoekers rond in een wielermuseum in België. Dat is de keerzijde. Ik heb veel toprenners van dichtbij meegemaakt en gesproken. Sean Kelly was een kanjer, Urs Zimmermann een stille doodzetter, Hennie Kuiper een doener, Eddy Merckx een klasse apart, zoon Axel een beetje een twijfelaar,  Zulle een professor. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Tourwinnaar Jan Janssen was een leuke babbelaar. Hij verkocht zich heel goed aan de pers door jou even te vertellen wat je op moest schrijven.’ (32)

   

(33)

(33)

(34)

Leontien

Herman Harens heeft de grootste bewondering echter voor veelvuldig wereld- en olympisch kampioene Leontien Zijlaard-van Moorsel. Hij laat een aantal foto’s van Tinus de revue passeren.  ‘Leontien en ik zijn door de jaren heen goed bevriend geraakt. Ik schreef al stukjes over haar toen zij een klein meisje was, vanaf de nieuwelingen. Mijn vrouw Ria en Ik hebben trofeeën van haar gekregen en altijd een hartelijk woord op de koers. (33) Van Michael ook trouwens. Ja, Tinus heeft een apart plekje in ons hart. Ik kan van Leontien wel vijf plakboeken volmaken met foto’s,’ zegt de fotograferende schrijver vol trots. ‘Kijk hier geeft Leontien een handtekening aan een Belgische fan. Dat gebeurde terwijl haar huidige man Michael Zijlaard net langs liep. Ik wist dat Tinus een oogje op hem had. Een schoon menneke, volgens Tinus. Ik vroeg Michael toen om samen met Leontien op de foto te gaan. Het ijs was meteen gebroken, kijk eens hoe stralend ze er op staan. Je kunt me geloven of niet, maar vanaf die dag was het dik aan tussen die twee. Leuk toch? De foto met Leontien en haar rivale Monique Knol is ook een mooi verhaal. (34) We moesten foto’s maken voor een special van Wieler Revue voor de Olympische spelen in Barcelona 1992. Knol was vier jaar eerder Olympisch kampioen geworden en de vraag was wie gaat haar in Barcelona opvolgen. De strijd om de nieuwe Olympische trui dus. We besloten om in een fotostudio in Deventer foto’s met de twee vedettes te maken. Ik naar Boekel en heb daar Leontien opgehaald. Zij zat met een bakje yoghurt en een stukje komkommer naast me in de auto op weg naar Deventer. Ik had Knol ook uitgenodigd. De verstandhouding was niet zo goed tussen die twee, al werd de vete ook opgeblazen door de pers, maar vriendinnen waren ze niet.  Toen ik met Leontien de fotostudio in Deventer binnenkwam zat Monique daar al en bij het zien van Tinus verschoot ze van kleur. Wij hebben de meiden toch zover gekregen dat ze elk aan een kant van een Olympische trui gingen trekken en we kregen ze zelfs zover dat ze tegenover elkaar in een boksring gingen staan met bokshandschoenen aan.  Monique Knol heeft me dat tot op de dag van vandaag nog niet helemaal vergeven. Maar goed, het was natuurlijk wel speciaal.’

 

   

 

(35)

 

Harens laat verder foto ’s zien van de veel te vroeg overleden Michel Zanoli. In de jeugdcategorieen telt de lichaamsbouw nog mee. ‘Michel won als nieuweling alles, stak twee koppen boven zijn maatjes uit, maar toen hij 21 jaar was kon hij de Keutenberg niet meer op. Hij was veel te zwaar. 

En zo zijn er nog wel meer. Anonieme renners fotograferen, die je nooit in beeld ziet, dat vind ik leuk.’ De doorgewinterde wielerkenner schroomde niet om vroeg uit de veren te gaan om klassiekers voor nieuwelingen, junioren of junior-dames  te volgen. Aan de zijlijn van een koers doe je immers relaties op voor het vak. ‘Ik stond ‘s ochtends om 9.00 uur al aan de start van nieuwelingenklassiekers in het wijde polderland van Friesland. Stond ik daar samen met Joop Zijlaard, nu de schoonvader van Leontien, te blauwbekken. Joop was zijn zoontje Michael dan aan het aanmoedigen (35)‘.

 

   

(36)

(37)

Pre-pensioen

De markante Herman Harens heeft zijn activiteiten bij Wieler Revue met stille trom beëindigd (36). ‘Ik heb bijna twintig  jaar drie keer per week op en neer gereisd naar Uitgeverij Veldhuis in Raalte. Heen en terug toch bijna 400 kilometer. En dan al die kilometers in de auto door heel Europa achter de renners aan. Ik schat het in 20 jaar op zo’n 40 keer de wereld rond aan kilometers (80.000 p.j.). Het blad Wieler Revue waarvoor ik werkte is vorig jaar overgenomen door Pijper Media in Groningen. Voor mij is Groningen te ver en ik heb met Veldhuis een goede regeling kunnen treffen om uit elkaar te gaan. Volgend jaar ga ik met pre-pensioen. Wat ik verder ga doen? Behalve de Wielerjaarboeken wil ik voor het overige de boot even afhouden.’  Het nieuwe boek van 2003 (37) ligt al in de winkel en er staat een apart hoofdstuk in over het werelduurrekord van Leontien in Mexico.

 

Tekst: Dan Rolandus (38)

Foto’s: Archief Herman Harens

(38)