|
(13)
(14)
(15)
(16)
(17)
(17)
(18)
|
Van koksmaat tot wielerjournalist
Na zes
jaar als steward bij de KNSM op zee te hebben gedobberd, drie jaar zijn
militaire verplichtingen had vervuld in Duitsland
(13) en samen met Ria het eetcafé
Het Wagenwiel tegenover het station in Schiedam had gerund (‘dat was buffelen
van ’s-ochtends vijf tot één, twee en soms drie uur ’s-nachts’), verhuisde
Herman Harens in 1982 naar Spijkenisse. Na een jaar van bezinning belandde hij
in de journalistiek. De wielerman heeft sinds de jaren vijftig, de tijd van de
kauwgomplaatjes van renners als Wim van Est, Jan Nolten en Woutje Wagtmans, een
wielerarchief opgebouwd met veel naslagwerk. Herman’s anekdote: ‘Wielrennen
is een pure hobby. Ik heb er nooit mijn beroep van gemaakt, maar heb er de
laatste jaren uiteindelijk wel mijn brood mee verdiend.’ Harens kon de
wielrennerij aardig onder woorden brengen en op schrift stellen. ‘De
wielerwereld is een apart wereldje. Natuurlijk zijn er wel eens woorden, maar
wat mij opviel was de plezierige en relaxte sfeer.’ Herman Harens reisde over de
hele aardbol de renners achterna en deed tijdens de koersen veel kennissen op
(14).
‘Ik kende Bert Hulleman, de oprichter van Wieler Revue, uit de Tour de France.
Hij was in de beginjaren ’80 de “motard” van wielerfotograaf Cor Vos. Wieler
Revue – opgericht in 1977 - was op sterven na dood, dreigde door schulden
verloren te gaan. Drukkerij Veldhuis in Raalte waar Wieler Revue werd gedrukt,
heeft toen het tijdschrift in 1982 overgenomen van Bert. Van het één kwam het
ander. De huidige hoofdredakteur Evert de Rooij schreef toen al stukjes voor het
blad en hij werd meteen door Veldhuis gebombardeerd tot hoofdredakteur omdat
hij een blauwe maandag Nederlands had gestudeerd. Wencel Maresch kwam in dienst
en ik als freelancer. Veldhuis was een drukker, geen uitgever. Van promotie had
men nog nooit gehoord. Ik heb er toen veel tijd in gestoken. Promotie-teams met
mooie meiden waren toen al in. Hans van der Togt liep met zijn AVRO-meiden op
het circuit van Zandvoort, Caroline Tensen was een van de Veronica-girls die met
veel bombarie zieltjes probeerden te winnen en op de wielerkoers zag je de mooie
Caballero-babes sigaretten uitdelen. Dat promotie-idee hebben we overgenomen.
Zeilsporthuis Helly Hansen en Fiat traden op als kleding- en auto-sponsor. Wij
staken de jonge (wieler)meiden in mooie opzichtige kleding en met de mooie Fiat
maakten we overal de blitz. Zo werd in 1984 het Wieler Revue-promotieteam
geboren (15). Later is er daar nog de jurybus van Mels de Kievit bijgekomen. Mels had
al een bus maar had vaak problemen met de organisatoren omdat hij reklame voerde
voor het Het Witte Kruis. De KNWU had toentertijd verzekeringsconcurrent AMEV
als hoofdsponsor en dat botste natuurlijk. Ik stelde voor om het “neutrale”
Wieler Revue tegen een x-bedrag op de bus te zetten. Dat bleek meteen een schot
in de roos, want vanaf dat moment stonden wij met ons logo Wieler Revue
natuurlijk wel op de meet (16). In de Ronde van Nederland reden we met de bus en een
promotie-auto mee in de reclamekaravaan. Joop Kruyssen van de Telegraaf was
wielerspeaker. Ik vertelde hem dat mij was opgevallen dat de karavaan in
Nederland ‘alleen voor de koeien reed’! Mensen zag je onderweg niet of
nauwelijks. Hij wist er ook geen raad mee. Omdat er in de provincie vaak geen
publiciteit was gegeven over de doorkomsttijden in de dorpen werden de bewoners
pas wakker geschud als de karavaan al bijna voorbij was.
Ik ben toen in mijn
eentje met een WR-auto een uur voor de karavaan gaan uitrijden om met keiharde
muziek (Elvis!) de mensen in de dorpen en gehuchten de straat op te lokken (17).
‘Over enkele momenten arriveert de Ronde van Nederland’, schalde het door mijn
speakers. En als de Reklame-karavaan en de renners dan kwamen stond het
‘zwart’van het volk. Goede promotie voor Wieler Revue en goede promotie voor de
Ronde van Nederland. Kortom, je moet een koers opfleuren om het aantrekkelijk te
maken. Ja, ook bij de profcriteriums. We reisden met het promotieteam het hele
land door. Van Surhuisterveen, Gieten, Made, Maarheeze, Valkenswaard, Chaam,
Oostvoorne, Pijnacker, Simpelveld, ja zelfs tot in België (18). Er waren dagen bij
van twintig uur, maar het marcheerde prima.’ ‘We werden op weg naar een koers
een keer aangehouden door de politie,’ verhaalt Herman verder. ‘Behalve vijf
meiden zat de auto vol met promotiemateriaal. De politie gaf ons te kennen zo
niet verder te kunnen. Tenzij wij er een flink pak wielertijdschriften er uit
zouden gooien. Dat zijn leuke herinneringen. Als er geen leven in de brouwerij
is gebeurt er ook niets. We werden overal met open armen ontvangen. Het mes
sneed aan twee kanten. De organisatie had zijn koers en wij fleurden deze op met
de rand-activiteiten van Wieler Revue. Ronde-miss, boekjes uitdelen aan het
publiek etcetera.’
|
| |
|
|
 (19)
(20)
(21)
(22) |
Wieler Revue Regionaal en Nationaal
In
1987 werd Wieler Revue Regionaal in het leven geroepen. De KNWU verspreidde de
laatste regionale nieuwtjes en uitslagen van zowel de amateurs als de jeugd via
het blad Wielersport. Doch het blad van uitgever Wim Steenbergen (nu
mede-organisator van Olympia ’s Tour) ging ter ziele in 1985. De KNWU had geen
uitlaatklep meer en de licentie-houders moesten het nu doen met het
KNWU-bulletin, een veredeld stencil. Er lag een stuk regionale wielerinformatie
braak dat niet verloren mocht gaan. We zijn toen bij Wieler Revue een Regionale
bijlage gestart dat later is overgegaan in Wieler Revue Nationaal, het huidige
KNWU-blad.’
Herman
Harens kende veel mensen van de KNWU, zoals voorzitter en thans Tweede-kamer-lid
Joop Atsma en stak zijn voelhorens uit voor een samenwerking met de wielerbond
(19(.
‘Ik heb een actieve rol gespeeld om een deal te bewerkstelligen tussen Wieler
Revue en de KNWU. Het mes sneed ook nu weer aan twee kanten.
De KNWU was uit de
brand en Wieler Revue werd met de bijlage Wielerrevue Nationaal weer een stuk
completer en daardoor populairder (19). Mensen als Ben Zomerdijk, Jan Maresch, Rien
de Jonge, Wim Amels, Henk Kruithof en Hans van Houdt, die voor Wielersport
schreven, liepen met hun ziel onder de arm. Zij stroopten de koersen toch al af
en zijn toen ook de gegevens gaan verzamelen voor Wieler Revue Nationaal. Zij
schreven kleine stukjes districtsnieuws en het laatste nieuws van de clubs. Dat
liep als een trein. Bovendien kende ik alle koersen in Nederland. Jarenlang
hebben we de Nederlandse Jeugdkampioenschappen gevolgd. Buiten de regionale pers
zag je nooit een journalist van de grote dagbladen op deze Nederlandse
kampioenschappen. Het is maar jeugd, vond men. Wij hebben de jeugdwielersport
echt gepromoot (20). De KNWU vond het niet alleen leuk, maar zag er ook het belang
van in en apprecieerde onze bijlage geweldig. Vanaf 1991 werden de Officiële
Mededelingen van de KNWU in Wieler Revue Nationaal gepubliceerd. Ik heb tot 2001
als eindredakteur het blad gemaakt met een twintigtal medewerkers. In 2001 nam
mijn jongere collega Roy Schriemer mijn rol over van eindredacteur en heb ik
mij gestort op de nieuwe media: internet. ‘Ik op het internet,’ lacht Herman
Harens. ‘Normaal gesproken is dat het werk voor de jonge generatie maar niet
voor een ouwe lul als ik (21). Maar goed, vanaf 1997 had ik me bekwaamd op de
digitale snelweg. En niet alleen surfen maar ook het ontwerpen van websites.
Marcel Arntz, ex-wielerprof en een hele goede mountainbiker, had in Amerika
gewoond en alles over internet geleerd (22). Hij heeft toen voor Wieler Revue een
basisontwerp gemaakt en ik ben daarop verder gegaan. Ik deed alles zelf, foto
‘s, verslagen en de technische kant van de site.
Alles was top.
Maar door de verkoop
van Wieler Revue aan Pijper Media in Groningen kwam er een kink in de kabel. De
nieuwe eigenaren van Wieler Revue vinden een goede website geen prioriteit!’
|
| |
|
|
(23)
(24)
(25)
(26) |
Dodelijke val van Fabio Casartelli
Herman
Harens zag heel veel lief – er onstaan binnen de wielesrport toch veel
liefdeskoppeltjes! - en leed in de wielersport. Het meest heeft de fatale val
van Fabio Casartelli in de afdaling van de Col de Portet d ‘Aspet hem
aangegrepen. Dinsdag 18 juli in de Tour de France 1995 staat in zijn geheugen
gegrift. ‘Ik heb veel valpartijen gezien, maar vroeg of laat kwam dat wel weer
goed. Ik herinner me de ernstige val van Saskia de Vries van PRC Delta in een
kriterium in Varik. Zij moest haar wielercarriere opgeven en ik heb veel met
haar gecorrespondeerd. Zij heeft een flinke knauw gekregen, maar uiteindelijk is
zij er gelukkig weer bovenop gekomen. Nooit had ik in de koers een dodelijk
ongeval meegemaakt, tot het fatale moment van Fabio Casartelli. ’s Morgens was
daar nog de vreugde, later de diepe droefenis. Fabio reed bij Motorola, de ploeg
van Hennie Kuiper (23). Voor de start van de etappe (15e rit van St.
Girons naar Cauterets in de snikhete Pyreneeën, DR) hadden we op het marktplein
nog foto ’s gemaakt. Casartelli had op de Olympische Spelen 1992 in Barcelona
Erik Dekker geklopt, dus hadden we op onze manier nog wat met hem af te rekenen.
Dat werd met een aantal collega-journalisten dus dollen. Foto’s maken van de
Motorola-renners die de Colombiaan Alvaro Mejia toen als topper hadden en van
een nog vrij onbekende Lance Armstrong. Dekker reed toen voor Novell van Jan
Raas.’ Herman Harens zucht. ‘We reden voor de karavaan uit maar toen via de
tourradio bekend werd gemaakt dat Casartelli aan zijn verwondingen was bezweken,
kreeg ik de koude rillingen over mijn lijf (24). De Tour was opeens geen Tour meer.
We reden op de Tourmalet en zouden op de top de renners laten passeren. Normaal
gesproken rij je op de Tourmalet tussen een uitzinnige mensenhaag, dat een hels
kabaal maakt en met vlaggen zwaait. Altijd een gekkenhuis. De toeschouwers
hadden via de transistorradio’s blijkbaar ook gehoord dat Fabio Casartelli was
gevallen en was overleden. Het was ineens muisstil langs het parcours.
Tienduizenden mensen langs het traject fluisterden met elkaar. Iedereen was
geschokt (25). Die stilte op de Tourmalet was onwezenlijk, nauwelijks te bevatten als
je in de auto zit. De motards en volgauto’s kwamen voorbij en zij hadden al
meteen een zwart lintje of riempje van een draagtas als
eerbetoon aan Fabio
Casartelli (26) aan de antenne gehangen. En dan te bedenken dat de latere winnaar
Richard Virenque niets van het drama afwist. Een dag later mocht Lance Armstrong
als eerbetoon aan hun ploeggenoot de rit naar Pau winnen.’
|
| |
|
|
(27)
(28)
(29)
(30) |
Eddy Merckx was een echte topper
De
globetrotter Harens – hij bezocht meer dan 60 landen! - met de zilverkleurige
paardenstaart heeft de ontwikkelingen van menig talentje van nabij gevolgd
(27). Hoewel hij niet pessimistisch wil overkomen, schat hij de toekomst van Nederland
niet al te rooskleurig in. ‘Tijdens het WK hebben we het uitstekend gedaan, dat
staat buiten kijf. Thomas Dekker, Niels Scheuneman, Kai Reus en Hans Dekkers
zijn aardige renners, maar ik zie eerlijk gezegd niemand van deze renners in
korte tijd de rol overnemen van wielertoppers als een Steven Rooks, Gert-Jan
Theunisse, Erik Breukink en in een iets verder verleden van een Johan van der
Velde, Joop Zoetemelk of een Jan Janssen. En als Leontien van Moorsel stopt,
doet Nederland ook bij de vrouwen niet echt meer mee. Toch zegt dit ook niet
alles want Italië deelde vijf jaar lang de lakens uit op de
wereldkampioenschappen, maar bleven in Monteal helemaal buiten de medailles,
terwijl Nederland er zeven won. Dus, een verwachtingspatroon blijft
onvoorspelbaar.’ Harens heeft veel grootheden als Eddy Merckx
(28), Jan Ulrich, Lance
Armstrong, Mario Cipollini, Claudio Chiapucci en vele andere superstars over ’s
werelds wielerwegen zien vliegen en toppen als ‘L Alpe ‘d Huez, de Mont Ventoux
en de Peyresourde zien beklimmen. De wielersport heeft door de jaren heen een
flinke metamorfose ondergaan. De reserveband om de nek van de coureur is
vervangen door het reservewiel, dat bij bandenpech door de mecanicien in de vork
wordt gestoken. De wielersport is veel commerciëler geworden, een waar circus,
een over ‘s Heren wegen slingerend reclamebolwerk. Maar hoe het ook zij, de
benen moeten het doen. ‘Ik heb de wielersport in al zij facetten zien
veranderen. Eerst moest je als toprenner een goede mecanicien hebben, toen een
goede mecanicien en een goede verzorger en nu anno 2004, een goede mecanicien,
een goede verzorger en een heel goede dokter. En vaak ook nog een mental-coach.
De eisen aan de topsporter worden steeds groter. De sporter wordt meer en meer
een machine die moet presteren. De kalender staat overvol. Er wordt in een
seizoen nogal wat van het lichaam verlangd. Daarom ben ik in feite van mening
dat de dopingwetgeving veel ruimer moet. Een kantoorklerk met hoofdpijn neemt
ook een asperientje om fitter te worden. Als het op doping aankomt wordt er
meestal eerst gewezen naar de wielersport, maar vlak ook atletiek, tennis en het
voetballen niet uit. Maar goed, Woutje Wagtmans reed ooit eens een wedstrijd op
de sintelbaan van mijn geboortedorp Zuidwolde in de jaren vijftig. Met Gerrit en
Adrie Voorting, Hein van Breenen en nog een paar kanjers uit die tijd. Ik was
toen een jaar of tien/twaalf en zag Wout vlak voor de wedstrijd een bruintje
Grolsch in een teug leegdrinken. Veertig jaar later kwam ik Wout tegen bij de
profronde van Made. Ik wilde toch wel eens weten waarom hij toen een fles
donkerbruin bier voor de koers dronk. Hij fluisterende geheimzinning: ‘’Dan
voelde ik mijn benen niet meer, kon ik beter fietsen.’’ (29) Doping? Wout won ooit
een Touretappe in Brasschaat en hij vertrouwde me toe dat hij tien kilometer
voor de finish ook een bruintje had genomen. Doping blijft dus altijd een
moeilijk item in de wielersport. In feite loopt de dopingcontroleur altijd vijf
stappen achter. De boosdoener is hem minstens twee jaar voor. De controleurs
worden pas actief als een bepaalde stof regelmatig in urine- of bloedmonsters
van renners wordt aan getroffen. Dan stellen ze zich de vraag: welk effect heeft
die stof op de sportprestatie van de renner. Daarna hebben ze nog proefkonijnen
nodig en dan duurt het zeker nog een jaar voordat men kan zeggen, die stof is
vanaf nu verboden en zetten we op de dopinglijst. ’t Is een beetje dweilen met
de kraan open, hoe vaak en hoe streng de UCI en de nationale bonden ook
controleren (30). EPO-gebruik kan pas sinds kort helemaal woorden aangetoond, maar
het peloton is Epo allang weer vergeten en gebruikt nu andere ‘medicamenten’!
|
| |
|
|
(31)
(32)
|
Herman
Harens bewondert de supersterren, maar is een groter bewonderaar van de
underdog, de waterdrager of de schlemiel in het peloton. Hij is geen fan van
Lance Armstrong. ‘Een renner, die zich in een jaar alleen richt op de Tour de
France en daar dan zoveel mogelijk rendement uithaalt (lees geld) zodat hij de
andere koersen niet meer hoeft te rijden. Zonder problemen kan hij een WK
volledig overslaan. Maar goed, Lance heeft gelijk, want hij heeft vijf keer de
Tour gewonnen. Uniek natuurlijk. De wereldtoppers zijn heel dun gezaaid. Daarom
kan een Armstrong ook winnen. Eddy Merckx was de keerzijde van Armstrong. Merckx
was een kanjer. Hij reed alles, zo ‘n 300 koersen per jaar en wilde deze ook
allemaal winnen. Hij ging als een echte leider immer voorop in de strijd.
Bewondering heb ik ook voor Jan Ulrich. Hij heeft lang getobd, blessures en
andere zaken. En dan zo terugkomen. Klasse. Dat spreekt mij aan. Maar eigenlijk
ben ik nog meer voor de schlemielen, de underdog. Ik was een liefhebber van de
Belg Freddy Maertens (31). Zo gek als een deur, een kanjer in de sprint, ging in de
laatste honderd meter met zijn tong buitenboord als een kamikaze op de meet af.
En winnen hè. Hij heeft zijn leven helemaal verknald, moest zelfs afkicken.
Terwijl Lance Armstrong op bezoek gaat bij de Amerikaanse president George Bush
leidt Freddy Maertens bezoekers rond in een wielermuseum in België. Dat is de
keerzijde. Ik heb veel toprenners van dichtbij meegemaakt en gesproken. Sean
Kelly was een kanjer, Urs Zimmermann een stille doodzetter, Hennie Kuiper een
doener, Eddy Merckx een klasse apart, zoon Axel een beetje een twijfelaar,
Zulle een professor. En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Tourwinnaar Jan Janssen
was een leuke babbelaar. Hij verkocht zich heel goed aan de pers door jou even
te vertellen wat je op moest schrijven.’ (32) |
| |
|
|
(33)
(33)
(34) |
Leontien
Herman
Harens heeft de grootste bewondering echter voor veelvuldig wereld- en olympisch
kampioene Leontien Zijlaard-van Moorsel. Hij laat een aantal foto’s van Tinus de
revue passeren. ‘Leontien en ik zijn door de jaren heen goed bevriend geraakt.
Ik schreef al stukjes over haar toen zij een klein meisje was, vanaf de
nieuwelingen. Mijn vrouw Ria en Ik hebben trofeeën van haar gekregen en altijd
een hartelijk woord op de koers. (33) Van Michael ook trouwens. Ja, Tinus heeft een
apart plekje in ons hart. Ik kan van Leontien wel vijf plakboeken volmaken met
foto’s,’ zegt de fotograferende schrijver vol trots. ‘Kijk hier geeft Leontien
een handtekening aan een Belgische fan. Dat gebeurde terwijl haar huidige man
Michael Zijlaard net langs liep. Ik wist dat Tinus een oogje op hem had. Een
schoon menneke, volgens Tinus. Ik vroeg Michael toen om samen met Leontien op de
foto te gaan. Het ijs was meteen gebroken, kijk eens hoe stralend ze er op
staan. Je kunt me geloven of niet, maar vanaf die dag was het dik aan tussen die
twee. Leuk toch? De foto met Leontien en haar rivale Monique Knol is ook een
mooi verhaal. (34) We moesten foto’s maken voor een special van Wieler Revue voor de
Olympische spelen in Barcelona 1992. Knol was vier jaar eerder Olympisch
kampioen geworden en de vraag was wie gaat haar in Barcelona opvolgen. De strijd
om de nieuwe Olympische trui dus. We besloten om in een fotostudio in Deventer
foto’s met de twee vedettes te maken. Ik naar Boekel en heb daar Leontien
opgehaald. Zij zat met een bakje yoghurt en een stukje komkommer naast me in de
auto op weg naar Deventer. Ik had Knol ook uitgenodigd. De verstandhouding was
niet zo goed tussen die twee, al werd de vete ook opgeblazen door de pers, maar
vriendinnen waren ze niet. Toen ik met Leontien de fotostudio in Deventer
binnenkwam zat Monique daar al en bij het zien van Tinus verschoot ze van kleur.
Wij hebben de meiden toch zover gekregen dat ze elk aan een kant van een
Olympische trui gingen trekken en we kregen ze zelfs zover dat ze tegenover
elkaar in een boksring gingen staan met bokshandschoenen aan. Monique Knol
heeft me dat tot op de dag van vandaag nog niet helemaal vergeven. Maar goed,
het was natuurlijk wel speciaal.’
|
| |
|
|
(35)
|
Harens
laat verder foto ’s zien van de veel te vroeg overleden Michel Zanoli. In de
jeugdcategorieen telt de lichaamsbouw nog mee. ‘Michel won als nieuweling alles,
stak twee koppen boven zijn maatjes uit, maar toen hij 21 jaar was kon hij de
Keutenberg niet meer op. Hij was veel te zwaar.
En zo
zijn er nog wel meer. Anonieme renners fotograferen, die je nooit in beeld ziet,
dat vind ik leuk.’ De doorgewinterde wielerkenner schroomde niet om vroeg uit de
veren te gaan om klassiekers voor nieuwelingen, junioren of junior-dames te
volgen. Aan de zijlijn van een koers doe je immers relaties op voor het vak. ‘Ik
stond ‘s ochtends om 9.00 uur al aan de start van nieuwelingenklassiekers in het
wijde polderland van Friesland. Stond ik daar samen met Joop Zijlaard, nu de
schoonvader van Leontien, te blauwbekken. Joop was zijn zoontje Michael dan aan
het aanmoedigen (35)‘.
|
| |
|
|
 (36)
(37) |
Pre-pensioen
De
markante Herman Harens heeft zijn activiteiten bij Wieler Revue met stille trom
beëindigd (36). ‘Ik heb bijna twintig jaar drie keer per week op en neer gereisd
naar Uitgeverij Veldhuis in Raalte. Heen en terug toch bijna 400 kilometer. En
dan al die kilometers in de auto door heel Europa achter de renners aan. Ik
schat het in 20 jaar op zo’n 40 keer de wereld rond aan kilometers (80.000 p.j.).
Het blad Wieler Revue waarvoor ik werkte is vorig jaar overgenomen door Pijper
Media in Groningen. Voor mij is Groningen te ver en ik heb met Veldhuis een
goede regeling kunnen treffen om uit elkaar te gaan. Volgend jaar ga ik met
pre-pensioen. Wat ik verder ga doen? Behalve de Wielerjaarboeken wil ik voor het
overige de boot even afhouden.’ Het nieuwe boek van 2003
(37) ligt al in de winkel
en er staat een apart hoofdstuk in over het werelduurrekord van Leontien in
Mexico.
Tekst:
Dan Rolandus (38)
Foto’s: Archief Herman Harens
  (38) |
|
  
|
   |